Kaart en Kompas

Het gebruik van een kompas

De kompasnaald (het rode gedeelte) wijst te allentijden naar het noorden. Het is van belang om weg te blijven van IJZER! Zoals auto’s, fietsen, etc.De rode kompaswijzer geeft op deze afbeelding ongeveer 18 graden aan.

Gradenverdeling

Een kompas heeft een kompasroos die verdeeld is in 360 graden ( °).
Noord 0° of 360° 
Oost 90°
Zuid 180°
West 270°
Er komt dus steeds 90 Graden bij.

 

 

Een kompasrichting uitzetten in het terrein (kompaskoers)
Wanneer je een kompasrichting wilt uitzetten, stel je de opgegeven richting in op het kompas. Dit doe je door de ring te draaien tot het juiste aantal graden aan de bovenkant van het kompas is bereikt. Houd het kompas recht voor je. Met het kompas op deze manier voor je uit draai je zelf net zo lang rond totdat de noordkant van de kompasnaald precies naar het noorden van de kompasroos staat. De naald staat dan precies tussen de twee streepjes. Dit heet “het laten inspelen van de kompasnaald “. Bij kompassen met een spiegel kun je het inspelen van de naald in die spiegel volgen, terwijl je het kompas horizontaal van je af blijft houden. Bij kompassen zonder spiegel zul je af en toe even op het kompas moeten kijken om te zien of de naald al ingespeeld is. De naald is ingespeeld als de pijl of het vizier precies in de richting wijst die ingesteld staat bij het afleespunt. Door het vizier of langs de pijl zie je in de verte punt B liggen.
Wanneer je punt B niet meteen kunt zien bijvoorbeeld
omdat het ver weg ligt of omdat je midden in een bos
zit,
neem je een duidelijk herkenbaar punt in dezelfde
richting in je op en gaat er naar toe. Door dit steeds
opnieuw te doen kom je vanzelf bij punt B uit; je loopt
op kompas. Als je met meerdere personen loopt kun je
steeds iemand vooruit sturen om als referentie punt te
dienen. Zeker in het donker is dit vaak de enige
praktische oplossing, aangezien andere punten amper te vinden zijn.
Je moet bij dit alles wel de afstand tot punt B weten. Je weet dat door passen te tellen. Kijk op de atletiekbaan hoeveel passen er in 100 meter gaan! Doe dit zowel wandelend als rennend. De paslengte verschilt dan namelijk aanzienlijk.

Een kaart oriënteren met behulp van een kompas
Leg de kaart voor je neer met het kompas er op. Draai de kaart net zo lang tot het kaartnoorden (de bovenkant van de kaart) ervan in dezelfde richting wijst als de noordkant van de kompasnaald. Je hebt de kaart georiënteerd.

Een op de kaart uitgezette richting overnemen op het kompas
Voor je ligt de kaart. Je wilt van punt A naar punt B met behulp van het kompas. Langs die twee punten leg je een liniaal. Deliniaal geeft nu de richting aan die je gaat overbrengen op je kompas.

Leg het kompas met de lange zijde tegen de liniaal aan, met het koordje naar je punt A toe. Draai vervolgens de kompasring zo, dat de noord-zuid lijnen op de kompasring in dezelfde richting wijzen als de noord-zuid lijnen op de kaart. Bij het afleespunt lees je nu de richting van A naar B af. Het kompas is nu klaar om in het terrein gebruikt te worden.

LET OP: je let NIET op de kompasnaald bij deze techniek.

Storende invloeden
Omdat de naald van een kompas eigenlijk een kleine magneet is zal hij aangetrokken worden door ijzer of andere magneten zoals andere kompasnaalden. Zorg er dus altijd voor dat er zich geen ijzeren voorwerpen in de buurt van je kompas bevinden als je er mee aan het werk bent. Een afstand van een meter moet je daarbij zeker aanhouden. Bij grote voorwerpen als hoogspanningsmasten is een meter of 10 het minimum.

Tips voor het lopen, fietsen, varen, etc.
Bepaal waar je heen moet lopen. Dit is het meest essentiële onderdeel van een Adventure race. Zorg dat de coördinaten correct ingetekend zijn. Hard rennen is stoer, hard de verkeerde kant oprennen is dat niet. Toch worden de grootste verschillen gemaakt door stomme fouten, zoals intekenen in het verkeerde kilometer vak. Het wordt dan lastig om het controlepunt te vinden. Regel 1: foutloos navigeren.

Bepaal de route. Kijk voordat je begint met rennen wat de snelste weg is. Zijn er geen obstakels? Hekken, sloten en heuvels staan op de kaart aangegeven. De kortste weg is niet altijd de snelste. Over het asfalt rennen is niet altijd even inspirerend, maar gaat meestal wel het snelste. Ook een route waarvan je zeker weet dat alle afslagen goed herkenbaar zijn of waar je een aantal goede herkenningspunten hebt is een pré.

Rennen, maar blijf controleren of je niet fout loopt. Blijf datgene wat je ziet terugzoeken op de kaart. Afslagen of zijwegen tellen is geen goede methode. Bepaal de richting waarin wegen lopen met je kompas en check of dit klopt met de kaart. Vertaal de kaart naar de werkelijkheid en andersom. Wat zie je en klopt dit met wat je volgens de kaart zou moeten zien (bijvoorbeeld een huis in de verte, loop je langs een akker etc.).

Met vriendelijke groet,
Team Hiking en Adventures.